Van bestemmingsplan naar omgevingsplan
De Omgevingswet geldt sinds 1 januari 2024 en heeft ongeveer zesentwintig wetten samengevoegd. Het bestemmingsplan is vervangen door het omgevingsplan. Elke gemeente kreeg van rechtswege een tijdelijk deel omgevingsplan, opgebouwd uit de oude bestemmingsplannen en een set landelijke regels.
Gemeenten hebben tot 1 januari 2032 om daarvan een volwaardig, definitief omgevingsplan te maken. Tot die tijd bestaan oude en nieuwe regels naast elkaar, wat het uitzoekwerk bij een plan vergroot.
Twee toetsen voor een bouwplan
Bouwen is opgeknipt in twee losse activiteiten. De technische bouwactiviteit wordt getoetst aan het Besluit bouwwerken leefomgeving. De omgevingsplanactiviteit wordt getoetst aan het omgevingsplan.
Voor een enkel project kunnen dus twee toestemmingen of meldingen nodig zijn, elk met een eigen procedure. Een plan dat technisch in orde is, kan alsnog stranden op het omgevingsplan, en andersom.
Geen vergunning van rechtswege meer
Voor de reguliere procedure geldt een beslistermijn van acht weken, eenmalig met zes weken te verlengen. Voor de uitgebreide procedure geldt zes maanden.
Onder de oude Wabo ontstond bij termijnoverschrijding in bepaalde gevallen een vergunning van rechtswege. Die figuur bestaat niet meer. Wie te lang wacht op een besluit, krijgt dus niet automatisch waar hij om vroeg en zal het bestuursorgaan in gebreke moeten stellen.
Nadeelcompensatie in plaats van planschade
Schade door rechtmatig overheidshandelen loopt sinds 1 januari 2024 via het stelsel van nadeelcompensatie. Het peilmoment ligt nu bij de vergunning of de feitelijke activiteit in plaats van bij de vaststelling van het plan. Voor omwonenden betekent dat: het moment om te reageren verschuift naar later in het traject, maar de onderbouwing van de schade wordt daarmee wel concreter.
Dit artikel geeft algemene informatie en is geen juridisch advies. Regelgeving verandert; voor een concrete zaak is contact met een advocaat nodig.